Extra waakzaamheid vereist bij aanbestedingen in verband met wijzigingen RAW Standaard 2010
In de nieuwe RAW Standaard 2010 zijn onder andere enkele wijzigingen opgenomen op het gebied van het aanbestedingsrecht. De nieuwe standaard stimuleert correct inschrijfgedrag en heeft zich (waar mogelijk en zoveel mogelijk) aangepast aan de laatste ontwikkelingen op het gebied van het aanbestedingsrecht (onder andere een beperking van correcties van inschrijvingen, beoordeling gunningscriterium prijzen, hoe om te gaan met onjuiste prijzen).
Een andere belangrijke aanvulling is de verwijzing in deelhoofdstuk 31.4 straatwerk naar CROW-publicatie 282 (d.d. 15 januari 2010, zie www.crow.nl/) met de titel ‘mechanisch aanbrengen elementenverharding; verantwoorde afweging tussen handmatig en mechanisch straatwerk’.
De CROW-publicatie 282 gaat in op de vraag of er een werkbare oplossing is voor de schijnbare tegenstellingen tussen arbeidsomstandigheden en de kwaliteit/uitvoerbaarheid bij het aanleggen van elementenverhardingen. De publicatie wordt als uitgangspunt neergezet in overeenkomsten en in de ‘Arbocatalogus bestratingen’. Zo wordt geborgd dat in projecten gewerkt wordt aan vermindering van fysieke belasting.
Om de fysieke belasting te beperken wordt in de publicatie onder andere uitgegaan van machinaal bestraten, maar als dit niet mogelijk is, dan een maximale dagproductie van 40 m2 per man, indien deze onder de hamer moet herstraten. De arbeidsinspectie heeft gesteld deze normen ook te handhaven in de uitvoering. Maar belangrijke vraag is dan: wat is de status van deze publicatie? Zodra de Standaard 2010 van toepassing is verklaard, regelen deze bepalingen dat de CROW-publicatie impliciet deel uitmaakt van het bestek en daarmee het aannemingscontract. De contractuele status van de publicatie is daarmee vastgelegd. Echter, hoe om te gaan met de CROW-publicatie, indien de opdrachtgever nog de ‘oude’ RAW Standaard van toepassing heeft verklaard of geen Standaard wordt toegepast of als de opdrachtgever deze publicatie bewust of onbewust buiten het toepassingsbereik laat?
De CROW-publicatie heeft zelf geen kracht van ‘wet’. Maar bedrijven worden er wel mee geconfronteerd dat de arbeidsinspectie gaat handhaven, zo heeft deze aangekondigd, op basis van de CROW-publicatie of de Arbocatalogus. Daarmee kan worden aangenomen, dat de CROW-publicatie inhoudelijk een weergave/uitwerking is van de ARBO-wetgeving en er strafrechtelijk wordt gehandeld, indien er in strijd met deze publicatie of Arbocatalogus wordt gehandeld. Maar daarmee zijn de CROW-publicatie en de daarin gestelde eisen nog steeds geen ‘wettelijke/civielrechtelijke verplichting’ voor opdrachtgevers (die niet de Arbocatalogus mee hebben ondertekend en de CROW publicatie niet van toepassing hebben verklaard).
Overigens kan ik mij voorstellen dat bepaalde uitvoeringseisen in het bestek (bijvoorbeeld dat het gehele straatwerk onder de hamer dient te gebeuren, terwijl hier geen aanleiding voor is en ook machinaal kan worden uitgevoerd), vanwege de strijd met de CROW publicatie en Arbo catalogus, minimaal in strijd zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur en zorgvuldigheid: ook de overheid dient te voorkomen dat haar opdrachtnemer strafrechtelijk handelt bij de uitvoering van het bestek. Dan resteert nog wel de vraag voor de inschrijver: waarmee moet de inschrijver rekening houden bij zijn inschrijving, indien in het bestek lijkt te worden afgeweken van de publicatie of Arbo catalogus: het maakt nogal verschil of het personeel maar 40 m2 per man per dag onder de hamer kan herstraten of veel meer m2 per man per dag. Eenheidsprijzen worden dan veel hoger en uitvoeringstijd langer. Ook maakt het verschil of het straatwerk handmatig of machinaal wordt aangelegd.
Het bovenstaande levert geen discussie op, zodra de RAW 2010 van toepassing wordt verklaard (zonder afwijkingen hiervan), maar tot die tijd of bij afwijkingen hiervan is het dus mogelijk dat stratenbedrijven worden geconfronteerd met de arbeidsinspectie aan de ene kant (die hen verplicht de publicatie 282 te volgen) en de opdrachtgever aan de andere kant, die van mening is dat haar eisen aan de uitvoering conform de wetgeving zijn. In ieder geval kan het een (gedeeltelijke) oplossing bieden (en ligt voorlopig de waarschuwingsplicht bij de inschrijver zelf) om bij aanbestedingen, waarvan de inlichtingenrondes nog moeten plaatsvinden, hierover vragen te stellen aan de opdrachtgever (vooraf), zodat in ieder geval reeds bij inschrijving duidelijk is wat de visie is van de opdrachtgever op publicatie 282 en hierover achteraf geen discussie meer kan ontstaan. Ook wordt in dat geval voorkomen dat er door de aanbesteder appels met peren worden vergeleken wanneer de aanbesteder de publicatie 282 zelf niet (impliciet) van toepassing heeft verklaard: namelijk aan de ene kant inschrijvingen die rekening houden met publicatie 282 en aan de andere kant inschrijvingen die dat niet hebben gedaan. Dit maakt vanzelfsprekend vaak groot verschil voor de inschrijfsom.
mr. B. Vijverberg
Zie ook het artikel 'Fysieke belasting straatmaker kost geld' in Cobouw van 31 maart 2011 op www.cobouw.nl.