Laatste innovatie in bouwcommunicatie: BIMMEN

In de Verenigde Staten is de bouwwereld  al enkele jaren massaal aan het ‘BIMMEN’[1]. BIM staat voor Building Information Modeling, of in het Nederlands: Bouwwerk Informatie Model. Werken met BIM, oftewel ‘BIMMEN’ is in Nederland in opkomst. Dit blijkt onder meer uit het feit dat de Rijksgebouwendienst vanaf 1 november 2011 het gebruik van BIM voorschrijft ingeval van DBFMO en DBM aanbestedingen.
 
I.               Wat is BIM?
Een Bouwwerk Informatie Model (BIM) is een digitale voorstelling van het bouwwerk tijdens het gehele proces. Door 3D-weergave van het bouwproces wordt de fysieke werkelijkheid zoveel mogelijk benaderd en alle relevante informatie van het bouwwerk volledig geïntegreerd. Uit deze 3D-weergave kunnen vervolgens allerlei (constructie-)tekeningen worden onttrokken, die altijd volledig up-to-date zijn. Het traditionele bouwproces kent verschillende, afzonderlijke fasen waarbij in iedere fase elke bouwpartij zijn eigen werkzaamheden verricht, terwijl met een BIM alle partijen gelijktijdig in hetzelfde (digitale) model kunnen werken. Op die manier kan iedere partij constant over de meest recente wijzigingen c.q. informatie beschikken. Hierdoor kunnen problemen zoals miscommunicatie en uiteindelijk faalkosten worden voorkomen.[2]
 
II.             Juridische context
Het feit dat een ander dan de opdrachtgever belast is met het actueel houden van de informatie en de monitoring van het gebruik van het BIM, houdt een verschuiving in van de verantwoordelijkheid ten aanzien van zowel ontwerp als uitvoering (toezicht houden).  Die verschuiving van aansprakelijkheden in de bouwsector, van de klassieke driehoek naar geïntegreerde contracten, is reeds eerder in gang gezet. In Nederland wordt per slot van rekening sinds de jaren ’50 gewerkt met het zogenaamde bouwteam.[3] Op dat gebied aldus niets nieuws.
 
Echter, het dynamische karakter van een BIM behelst niet alleen een verschuiving ten aanzien van wie belast is met toezicht op het BIMMEN, maar ook een verandering ten aanzien van de informatieplicht, waarschuwingsplicht, beslis- en ontwerpverantwoordelijkheid en dergelijke. Wanneer geen (stringente) BIM-norm wordt voorgeschreven zoals de Rijksgebouwendienst doet, zal het contract net zo dynamisch moeten kunnen ‘meebewegen’ als het BIM dat doet.
 
Bovendien stellen wij vast dat BIMMEN leidt tot enerzijds een toename van de verantwoordelijkheid c.q. meer risico voor degene die belast is met het toezicht op het BIMMEN en anderzijds tot het reduceren van faalkosten. Zo bekeken, vaart voornamelijk de opdrachtgever er wel bij dat er wordt gewerkt met BIM. Bovendien ligt bij de opdrachtgever de ‘macht’ om het BIMMEN voor te schrijven. Zie bijvoorbeeld de Rijksgebouwendienst, die een BIM-norm voorschrijft.
 
In de Verenigde Staten kiest men bij het werken met BIM vooral voor het ECC (Engineering and Construction Contract). Met deze vorm van gecoördineerde samenwerking wordt beoogd om enerzijds door middel van het gezamenlijk toepassen van kennis en inzichten, problemen te voorkomen en risico’s te verkleinen, en anderzijds door de scheiding van functie en verantwoordelijkheid de ‘accountability’ naar de opdrachtgever te vergemakkelijken en partijen te motiveren om ieder hun eigen zaakje goed te regelen.[4]
 
In dat licht is het dan ook de vraag op welke wijze het BIMMEN In Nederland juridisch moet worden vervat. Kan bijvoorbeeld het werken met BIM gelijkgesteld worden met het werken in een bouwteam? Deze vraag heeft Chao-Duivis reeds aan de orde gesteld. Om antwoord te geven op die vraag is het verschil tussen geïntegreerde en gecoördineerde samenwerking van belang. Ingeval van een gecoördineerde samenwerking is iedere partij verantwoordelijk voor zijn eigen onderdeel van het werk  en wordt er onderling overleg gevoerd om de werkzaamheden te harmoniseren, terwijl ingeval van een geïntegreerde samenwerking één of meer partijen gezamenlijk een opdracht aanvaarden én uitvoeren.[5] Bij het BIMMEN dient, in tegenstelling tot een bouwteam, onderscheid te worden gemaakt tussen de opdrachtgever en de overige betrokkenen (het BIM-team).
 
Het antwoord op de hierboven genoemde vraag, ziet Chao-Duivis dan ook als volgt. Werken met BIM is niet gelijk aan het werken met een bouwteammodel. Het BIM-team (aannemer, architect, installateurs e.d.) heeft een gezamenlijke verantwoordelijkheid richting de opdrachtgever, maar in onderling verband er is sprake van een geïntegreerde samenwerking. Hoe de deelnemers aan het BIM-team onderling hun aansprakelijkheid verdelen, is een aangelegenheid die vooraf dient te worden vastgelegd.[6] Wanneer in een BIM-team één van de deelnemers het voortouw neemt en de verantwoordelijkheid naar zich toetrekt om toezicht te houden op het BIMMEN, de doorgevoerde wijzigingen en de informatie(-verstrekking), is er sprake van een gecoördineerde samenwerking.
 
Hoewel bijvoorbeeld de DNR 2011 en UAV 1989 geen specifieke regeling bevatten voor het werken met een BIM, kunnen ze wel worden toegepast bij het BIMMEN. Alleen de contractuele relatie tussen de betrokken partijen dient te worden aangepast aan een BIM. [7]
 
III.           En dan?
Werken met BIM behelst al met al voornamelijk een verandering van de manier waarop partijen samenwerken. Door deze veranderende samenwerking, verschuiven ook verantwoordelijkheden. Enerzijds heeft een opdrachtgever veel baat bij het werken met het BIM, doordat de risico’s bij het BIM-team liggen en tevens de faalkosten worden gereduceerd. Anderzijds kan ook het BIM-team er voordeel uithalen. Ingeval van een geïntegreerde samenwerking, stimuleert het partijen om verder dan het eigen belang te denken en ingeval van een gecoördineerde samenwerking, vormt de succesvolle afronding van een project een goed visitekaartje voor de architect of aannemer die de verantwoordelijkheid op zich neemt als ‘BIM-toezichthouder’.
 
Tot zover het theoretische plaatje. In de praktijk vraagt het BIMMEN  een ‘cultuuromslag’ qua samenwerking in de bouwsector en de juridische wereld, waarvan bekend is dat zij de neiging hebben om nog wel eens achter te blijven. Zo is de herziening van de UAV 1989, de UAV 2012, inmiddels 'al' op 30 januari 2012 in de Staatscourant gepubliceerd...

Januari 2012
 
Door: mr. M. Jilsink
Contactpersoon: mr. A.J.L. Claassen


[1] Howard W. Ashcraft, ‘Building Information Modeling: A Framework for Collaboration’, Construction Lawyer, volume 28, number 3, summer 2008, p.  1.
[2] Algemene informatie omtrent o.a. de historie en werking van het BIM, zie http://www.hetnationaalbimplatform.nl.
[3] C. Asser, ‘Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, bijzondere overeenkomsten, Dece IIIC, Aanneming van werk, eerste druk, bewerkt door M.A.M.C. van den Berg, Deventer: Kluwer 2007, p. 323.
[4] Howard W. Ashcraft, ‘Building Information Modeling: A Framework for Collaboration’, Construction Lawyer, volume 28, number 3, summer 2008, p.  6/7.

[5] C. Asser, ‘Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht, bijzondere overeenkomsten, Dece IIIC, Aanneming van werk, eerste druk, bewerkt door M.A.M.C. van den Berg, Deventer: Kluwer 2007, p. 329-330.

[6] M.A.B. Chao-Duivis, ‘Some Legal Aspects of BIM in establishing a collaborative relationship’, ICLR 2011, p. 267-270.

[7] M.A.B. Chao-Duivis, ‘Some Legal Aspects of BIM in establishing a collaborative relationship’, ICLR 2011, p. 264/270.