Gemeente Steenwijkerland doet ‘archeologische vondst’
De gemeente Steenwijkerland stuitte enige maanden geleden op een bijzondere vondst met betrekking tot archeologie. Het opnemen in een bestemmingsplan van een regeling ter bescherming van archeologische waarden en verwachtingen kan onder de nieuwe Wro leiden tot een aanzienlijke toename van verzoeken om een tegemoetkoming aan planschade, met grote financiële consequenties voor gemeenten tot gevolg.
Uit de Wet op de archeologische monumentenzorg vloeit voort dat een gemeente in een bestemmingsplan een regeling dient op te nemen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen. De instrumenten die daarbij het meest voor de hand liggen zijn die van de binnenplanse ontheffing en/of het aanlegvergunningenstelsel.
De gemeente heeft door een deskundig bureau laten inschatten of het opnemen van deze instrumenten tot planschade zou kunnen leiden. Met name het vereiste van een aanlegvergunning brengt volgens het adviesbureau de nodige planschaderisico’s met zich, oplopend tot circa 13 miljoen euro voor de gemeente Steenwijkerland.
Niet ondenkbaar is dat door gemeenten – in reactie op een verzoek om tegemoetkoming in planschade – een beroep wordt gedaan op het normaal maatschappelijk risico wegens veranderde regelgeving. Immers, de grondslag van het planschaderecht onder de nieuwe Wro is veranderd – meer nadruk op het beginsel ‘égalité devant les charges publiques’ – en de planologische verandering vloeit noodzakelijkerwijs voort uit verplichtingen op grond van het Verdrag van Valetta (uitgewerkt in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg). Dit mede in relatie tot de stelregel ‘de verstoorder betaalt’ maakt het standpunt verdedigbaar dat eventuele schade voor rekening en risico van de burger dient te blijven.
De rechtspraak en/of de Minister zal ten aanzien hiervan uitsluitsel moeten geven. Tot die tijd is het onduidelijk of en zo ja, in hoeverre gemeenten (aanzienlijke) financiële risico’s lopen, wanneer zij bestemmingsplannen vaststellen met een (verplichte) regeling ter bescherming van archeologische waarden. Het is dan ook te begrijpen dat de gemeente Steenwijkerland als gevolg van deze kwestie heeft besloten te wachten met vaststelling van het bestemmingsplan totdat er meer licht op deze vondst wordt geworpen.
mr. M.E.W.M. Pals - Reiniers