Gevolgen van vernietiging exploitatieplan voor bestemmingsplan
Een vernietigd exploitatieplan leidt niet per definitie tot vernietiging van het bestemmingsplan. Dat is de strekking van een tweetal uitspraken die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 februari 2011 heeft gedaan (exploitatieplan Nunspeet, 200907364/1/R2 respectievelijk exploitatieplan Beverwijk,
200904489/1/R1
).
De Afdeling overweegt in beide uitspraken:
“Hoewel tussen een bestemmingsplan en een gelijktijdig vastgesteld exploitatieplan een samenhang bestaat, bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding vanwege de vernietiging van het exploitatieplan eveneens het bestemmingsplan te vernietigen. Hiertoe overweegt de Afdeling dat de wet daartoe niet verplicht.”
In exploitatieplan Nunspeet, waarin sprake was van uit te werken bestemmingen, voegt de Afdeling daaraan toe:
“
Bovendien voorziet het bestemmingsplan voor zover het betreft aangewezen bouwplannen in een uit te werken bestemming in samenhang met een bouwverbod waarvan (…) niet kan worden afgeweken. Derhalve kunnen geen omgevingsvergunningen voor het bouwen worden verleend totdat het uitwerkingsplan onherroepelijk is geworden.”
In exploitatieplan Beverwijk was geen sprake van uit te werken bestemmingen, maar ook hier geldt dat geen omgevingsvergunningen kunnen worden verleend en daarmee geen noodzaak bestaat om het bestemmingsplan eveneens te vernietigen, als het exploitatieplan sneuvelt. De Afdeling overweegt in deze uitspraak:
“Bovendien geldt ingevolge artikel 3.5 van de Wabo in samenhang bezien met artikel 2.1, eerste lid, onder a en b, van de Wabo, een aanhoudingsverplichting wat betreft het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en aanleggen ten behoeve van een activiteit waarop een exploitatieplan van toepassing is, indien er geen grond is de vergunning te weigeren en het exploitatieplan, dat voor de in de aanvraag begrepen grond is vastgesteld, nog niet onherroepelijk is.
Naar het oordeel van de Afdeling is artikel 3.5 van de Wabo niet alleen van toepassing in geval van een gedeeltelijk vernietigd exploitatieplan, maar ook in geval van een geheel vernietigd exploitatieplan. Een andere opvatting zou ertoe leiden dat het bestemmingsplan in werking zou zijn terwijl het kostenverhaal via de bouwvergunning, als bedoeld in artikel 6.17 van de Wro, niet meer verzekerd is. Steun voor deze uitleg van artikel 3.5 van de Wabo wordt gevonden in de memorie van antwoord op de Wijziging van de Wet ruimtelijke ordening inzake de grondexploitatie (Kamerstukken I 2006/2007, 30 218, D, p. 17) waarin het volgende is vermeld: "Een bouwvergunningaanvraag moet worden aangehouden totdat een exploitatieplan onherroepelijk is. Na vernietiging van het exploitatieplan loopt de aanhoudingsplicht gewoon door. Het maakt voor deze aanhoudingsplicht niet uit of het bestemmingsplan ondertussen onherroepelijk is geworden."
Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 3.5, derde lid, van de Wabo de aanhoudingsplicht doorbreken en een omgevingsvergunning verlenen. Het instrument van aanhouding en doorbreking geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid de omgevingsvergunning voor bouwen alleen te verlenen als het kostenverhaal is verzekerd.”
Een vernietigd exploitatieplan neemt derhalve niet automatisch het bestemmingsplan mee in zijn val en de Afdeling maakt daarmee gelukkig een einde aan de onzekerheid die hierover bestond.